De cijfers, eerlijk gelezen
Slaagpercentage & cesuur van het toelatingsexamen
Hoeveel procent slaagt er nu écht voor het toelatingsexamen arts, tandarts en dierenarts? Dat hangt af van wat je met “slagen” bedoelt: in 2026 haalde bij arts 37,6% van de deelnemers de helft op beide onderdelen, maar kreeg maar 30,7% een startplaats. Het verschil tussen die twee cijfers heet de cesuur — en wie de cijfers wil begrijpen (of zijn eigen kans wil inschatten), moet eerst dát onderscheid snappen. Hieronder: alle officiële cijfers per jaar, de bijpunten-mechaniek die bijna niemand uitlegt, en wat dit alles wél en niet over jou zegt.
Geslaagd is niet gestart: de twee slaagpercentages
Geslaagd ben je met minstens 50% op elk onderdeel (60 op 120 voor KIW én voor GC). Maar slagen geeft geen startplaats: die krijg je pas als je totaalscore op 240 op of boven de cesuur eindigt — de score van de laatst gerangschikte binnen het startquotum. Zijn er meer geslaagden dan plaatsen, dan valt iedereen onder de cesuur af, hoe goed hun resultaat ook was.
Hoe groot dat verschil kan zijn, toont tandarts 2026: 38,9% slaagde, maar 13,2% werd gunstig gerangschikt — het kleine quotum (280plaatsen) duwt de cesuur ver boven de 50%-vloer. Wie “slaagpercentage” zegt zonder erbij te zeggen wélk van de twee, vertelt dus maar het halve verhaal.
De slaagpercentages per jaar
De officiële cijfers uit de beraadslagingsverslagen van de examencommissie, voor de drie recentste edities:
| Jaar | Opleiding | Deelnemers | Geslaagd (≥50%) | Gunstig gerangschikt |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | Arts | 6 123 | 2 305 (37,6%) | 1 881 (30,7%) |
| 2026 | Tandarts | 2 116 | 824 (38,9%) | 280 (13,2%) |
| 2026 | Dierenarts | 843 | 313 (37,1%) | 240 (28,5%) |
| 2025 | Arts | 5 544 | 2 608 (47,0%) | 1 740 (31,4%) |
| 2025 | Tandarts | 1 889 | 610 (32,3%) | 252 (13,3%) |
| 2025 | Dierenarts | 753 | 299 (39,7%) | 240 (31,9%) |
| 2024 | Arts | 4 814 | 1 881 (39,1%) | 1 723 (35,8%) |
| 2024 | Tandarts | 1 536 | 581 (37,8%) | 254 (16,5%) |
| 2024 | Dierenarts | 596 | 302 (50,7%) | 240 (40,3%) |
Deelnemers ≠ inschrijvingen: niet iedereen daagt op. Voor 2026 rapporteerde de commissie een deelnamegraad van 88% (arts), 82% (tandarts) en 86% (dierenarts). En dierenarts bestaat als toelatingsexamen pas sinds 2023 — de eerste editie kende forse bijpunten (+58) en rangschikte 56% van de 427 deelnemers.
De cesuur per jaar (2018-2026)
De volledige reeks sinds de rangschikking bestaat. Elke cesuur staat op 240 en is de waarde náeventuele bijpunten; “geen cesuur” betekent dat er dat jaar minder geslaagden dan startplaatsen waren, zodat slagen volstond.
| Jaar | Arts | Tandarts | Dierenarts |
|---|---|---|---|
| 2026 | 146 (+16 bijpunten) | 167 | 140 (+18 bijpunten) |
| 2025 | 158 | 143 | 130 (+12 bijpunten) |
| 2024 | 125 (+26 bijpunten) | 146 | 130 (+10 bijpunten) |
| 2023 | geen cesuur | 131 | 151 (+58 bijpunten) |
| 2022 | 133 (+16 bijpunten) | 134 (+2 bijpunten) | — |
| 2021 | 135 | 160 | — |
| 2020 | 158 | 153 | — |
| 2019 | 142 | 143 | — |
| 2018 | geen cesuur (+10 bijpunten) | geen cesuur (+10 bijpunten) | — |
“—” = het examen bestond dat jaar nog niet. De schommeling is geen trend: de cesuur volgt uit het quotum, het aantal deelnemers en hoe de vragenset dat jaar uitviel — vergelijk een score dus nooit rechtstreeks met de cesuur van een ander jaar.
Bijpunten: het mechanisme dat bijna niemand uitlegt
Halen te weinig deelnemers de 50%-grens om het startquotum te vullen, dan kent de commissie iedereen extra punten toe — evenveel op KIW als op GC — tot er genoeg kandidaten boven die grens uitkomen. Dat gebeurt vóór de cesuurbepaling. Twee gevolgen die je moet kennen om de tabellen juist te lezen:
- De gepubliceerde cesuur is de waarde ná bijpunten. Arts 2024 is het sprekendste voorbeeld: cesuur 125, maar mét 26 bijpunten — wie de ruwe scores vergelijkt, rekent dus met 99 op 240.
- Bijpunten verlagen ook de effectieve 50%-grens. In een bijpuntenjaar volstond ruw minder dan 60 per onderdeel (arts 2024: 47 op 120). Een streng examen wordt zo achteraf gecorrigeerd — de commissie stuurt op het vullen van het quotum, niet op een vast moeilijkheidsniveau.
Bijpunten zijn dus geen cadeau en geen schande, maar een ingebouwde thermostaat: een moeilijke vragenset (2026: arts en dierenarts) krijgt bijpunten, een haalbare (2025: geen enkele opleiding) niet. Dáárom zegt een streng of mild jaar niets over een blijvende trend.
Wat zeggen deze cijfers over jouw kans?
Minder dan je zou denken. Een slaagpercentage is een gemiddelde over duizenden deelnemers met totaal verschillende beginsituaties: laatstejaars naast herkansers, wetenschapsrichtingen naast richtingen met amper wiskunde, maandenlange voorbereiding naast een gok op een vrije namiddag. De officiële verslagen tonen die spreiding ook: de referentiegroep (laatstejaars uit een doorstroomrichting aan een Vlaamse school) scoort er stelselmatig boven het algemene gemiddelde. Jouw kans is geen "1 op 3" — ze hangt af van waar jij vandaag staat en wat je daarmee doet.
Twee cijfers zijn wél persoonlijk bruikbaar. De 50%-grens ligt vast (60 per onderdeel): daar kan je vandaag al tegen oefenen. En je eigen scoresop proefexamens of een vorige poging: die kan je naast de vloer en de cesuur van dát jaar leggen — als kader, niet als voorspelling. Eén waarschuwing tot slot: slaagpercentages van voorbereidingscursussen zijn géén betrouwbaar keuze-kompas — zo’n cijfer gaat over een kleine, zelfgeselecteerde groep en vaak telt alleen wie zijn resultaat komt melden. Wij publiceren er daarom bewust geen.
Deed je al mee en was je niet gunstig gerangschikt? In onze herkanser-gids leg je met de gratis examenanalyse je eigen cijfers naast de cesuur van jouw jaar. En alles over het examen zelf — inschrijven, leerstof, puntentelling, tactiek — vind je in onze gids over het toelatingsexamen.
Veelgestelde vragen
- Hoeveel procent slaagt voor het toelatingsexamen geneeskunde?
- In 2026 slaagde bij arts 37,6% van de deelnemers (minstens 50% op beide onderdelen), maar werd 30,7% gunstig gerangschikt — alleen die groep mag starten. Bij tandarts was het verschil groter: 38,9% geslaagd, 13,2% gunstig gerangschikt. Bij dierenarts: 37,1% geslaagd, 28,5% gerangschikt. "Slaagpercentage" heeft op dit examen dus twee betekenissen, en het verschil ertussen is de cesuur.
- Wat is de cesuur van het toelatingsexamen?
- De cesuur is de score van de laatst gunstig gerangschikte deelnemer, op 240 punten. Wie op of boven de cesuur eindigt én op beide onderdelen minstens 50% haalt, krijgt een startplaats. De cesuur ligt niet vooraf vast: ze volgt uit het startquotum en de scores van alle deelnemers samen, en verschilt dus per jaar én per opleiding (sinds 2019 schommelde ze tussen 125 en 167 op 240).
- Wat zijn bijpunten op het toelatingsexamen?
- Blijft het startquotum onderbenut doordat te weinig deelnemers de 50%-grens halen, dan kent de examencommissie iedereen extra punten toe — evenveel op KIW als op GC — tot er genoeg kandidaten boven die grens uitkomen. Dat gebeurt vóór de cesuurbepaling; de gepubliceerde cesuur is dus altijd de waarde ná bijpunten. In 2026 kreeg arts +16 en dierenarts +18; tandarts had geen bijpunten nodig.
- Is het toelatingsexamen tandarts moeilijker dan arts?
- De vragen zijn grotendeels dezelfde — beide examens toetsen dezelfde leerstof met hetzelfde format. Het verschil zit in de rangschikking: tandarts heeft een veel kleiner startquotum, waardoor de cesuur hoger komt te liggen. In 2026 werd bij tandarts 13,2% gunstig gerangschikt (cesuur 167/240) tegenover 30,7% bij arts. Niet de vragen, maar het quotum maakt het verschil.
- Wat zegt het slaagpercentage over mijn eigen slaagkans?
- Weinig tot niets. Een slaagpercentage is een groepsgemiddelde over duizenden deelnemers met heel verschillende voorbereiding en vooropleiding — jouw kans hangt af van je eigen beginsituatie en van hoe je die wegwerkt. De vaste 50%-grens (60 per onderdeel op 120) is wél een bruikbaar persoonlijk doel om tegen te oefenen; de cesuur van een vorig jaar is een historisch feit, geen voorspelling van je volgende examen.
Bronnen: de officiële beraadslagingsverslagen van de examencommissie (2018-2026), via vlaanderen.be/toelatingsexamens.