Naar hoofdinhoud

Proefexamens

Leg een echt toelatingsexamen af, van begin tot eind

34 officiële examens uit 2015 tot en met 2026 — arts, tandarts en dierenarts — staan gratis voor je klaar. Niet als bundel om door te bladeren, maar om af te leggen: de vragen van die examendag, met de klok, de giscorrectie en het gerief van de examentafel. Je hoeft niets na te kijken. Achteraf ligt er een rapport: je score, waar het per onderwerp misging, en wat je aanpak je gekost heeft.

Kies je examen →

Gratis · geen aankoopverplichting · je rapport meteen na het indienen

Wat er klaarstaat

Elf jaargangen, elk met de routes die er toen al waren: het dierenartsexamen bestaat pas sinds 2023, en tot en met 2017 legden arts en tandarts hetzelfde examen af. De KIW-vragen zelf zijn voor de drie routes altijd identiek samengesteld — welke deur je kiest, verandert je voorbereiding dus niet.

De beschikbare examens per jaargang en per route
Jaargangartstandartsdierenarts
202640 vragen · 3 uur 3040 vragen · 3 uur 3040 vragen · 3 uur 30
202540 vragen · 3 uur 3040 vragen · 3 uur 3040 vragen · 3 uur 30
202440 vragen · 3 uur 3040 vragen · 3 uur 3040 vragen · 3 uur 30
202340 vragen · 3 uur40 vragen · 3 uur40 vragen · 3 uur
202240 vragen · 3 uur40 vragen · 3 uurbestond dat jaar nog niet
202140 vragen · 3 uur40 vragen · 3 uurbestond dat jaar nog niet
202040 vragen · 3 uur40 vragen · 3 uurbestond dat jaar nog niet
201940 vragen · 3 uur40 vragen · 3 uurbestond dat jaar nog niet
201840 vragen · 3 uur40 vragen · 3 uurbestond dat jaar nog niet
2017juliVoormiddag — 40 vragen · 3 uurNamiddag — 20 vragen · 1 uur 30twee losse examens die dag, elk apart af te leggenarts en tandarts, één examenbestond dat jaar nog niet
2017augustusVoormiddag — 40 vragen · 3 uurNamiddag — 20 vragen · 1 uur 30twee losse examens die dag, elk apart af te leggenarts en tandarts, één examenbestond dat jaar nog niet
2016juliVoormiddag — 40 vragen · 3 uurNamiddag — 20 vragen · 1 uur 30twee losse examens die dag, elk apart af te leggenarts en tandarts, één examenbestond dat jaar nog niet
2016augustusVoormiddag — 40 vragen · 3 uurNamiddag — 20 vragen · 1 uur 30twee losse examens die dag, elk apart af te leggenarts en tandarts, één examenbestond dat jaar nog niet
2015juliVoormiddag — 45 vragen · 3 uurNamiddag — 15 vragen · 1 uurtwee losse examens die dag, elk apart af te leggenarts en tandarts, één examenbestond dat jaar nog niet
2015augustusVoormiddag — 45 vragen · 3 uurNamiddag — 15 vragen · 1 uurtwee losse examens die dag, elk apart af te leggenarts en tandarts, één examenbestond dat jaar nog niet

Bron van het examenmateriaal: Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificatie & Studietoelagen. Bij de examens van 2015, 2016 en 2017 golden een andere giscorrectie en een andere vloer om te slagen dan vandaag — dat lees je bij het examen zelf.

De vragen krijg je overal. Een uitslag die je iets leert, niet.

De bundels van de voorbije jaren staan gratis en volledig bij de Vlaamse overheid — dat is ook waar deze examens vandaan komen, en we linken er hieronder naartoe. Het verschil zit dus niet in de vragen. Het zit in wat er gebeurt terwijl je ze maakt, en in wat er achteraf op je scherm staat.

  • De examendag loopt mee

    De zittijd van dat examen staat op de klok, tot op de minuut, en de giscorrectie telt zoals ze die dag telde: drie punten voor juist, één eraf voor fout, nul voor blanco. Zo leer je je tijd verdelen over veertig vragen — iets wat je met een bundel op de keukentafel nooit te weten komt.

  • Het gerief van de examentafel staat op je scherm

    Het formularium, het periodiek systeem en de informatietabel chemie liggen erbij — dezelfde officiële documenten als in de zaal, niet onze samenvatting ervan. Dezelfde eenvoudige rekenmachine ook: niet meer dan optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, want een slimmere maakt het examen makkelijker dan het was. Je streept opties weg zoals je dat op papier doet, markeert een vraag om er later op terug te komen, bladert vrij heen en weer, en kijkt alles na vóór je indient.

  • Nagekeken voor je opstaat, en meer dan een cijfer

    Geen antwoordsleutel naast je blad, geen streepjes zetten. Je score staat er meteen, naast de grens van de helft die op dit deel geldt, met per vak de tellingen zoals het examen ze geeft en per onderwerp waar het misging. Bij elke vraag zie je wat je invulde en wat het juiste antwoord was.

  • En wat je aanpak je kostte

    Hier houdt een bundel op papier op. Je leest hoeveel vragen je invulde tegenover de norm die we zelf aanleren, wat je gokken opbrachten, hoe vaak je het juiste antwoord had weggestreept, wat je correcties je kostten of opleverden, hoe je tijd over de zitting liep, en welke vragen je oversloeg en nooit terugzag. Bij elk van die dingen staat wat het je in punten deed.

  • Het blijft staan, examen na examen

    Je afnames en je rapporten blijven bewaard: je kunt een examen onderbreken en later verdergaan, en je leest er maanden later nog na hoe het toen liep. Dat scheelt, want 34 examens zijn niet iets voor één avond.

Wat er niet in zit

Het deel Generieke Competenties

De examendag telt twee delen van elk 40 vragen: Kennis en Inzicht in de Wetenschappen, en Generieke Competenties. Hier leg je het eerste af. Je score zegt dus iets over je kennis van wiskunde, fysica, chemie en biologie — niet over je hele examendag.

Uitgewerkte oplossingen

Het juiste antwoord staat per vraag in je rapport. De weg ernaartoe — de uitwerking — nog niet. We schrijven ze uit en zetten ze pas online als ze klaar zijn.

Onze strategie

Hoeveel vragen vul je in, en wanneer gok je?

De giscorrectie (+3 voor juist, −1 voor fout) maakt van invullen een rekenvraag, en die hebben we exact doorgerekend. De kern: vul aan tot een veelvoud van vier — in “eilandjes” van vier vragen — en gok altijd zodra je twee opties kunt wegstrepen. Hieronder staat de regel, en in de uitklappers kun je hem zelf narekenen én uitproberen: klik een stand aan, gok er vragen bij en kijk wat het met je score doet. Dezelfde uitleg krijg je vóór elke afname, en je rapport toont achteraf hoe je hemtoepaste. De volledige redenering staat op de pagina over de giscorrectie en de eilandjesstrategie.

Wat wij je aanraden

Dit is onze strategie, niet die van de examencommissie. Ze is doorgerekend op de telling van dit examen.

  • Vul er minstens 24 in, liefst 28 — telkens tot een veelvoud van 4. Bij 28 mag je er 6 fout hebben en blijf je boven de vloer, de helft van de punten; bij 24 zijn dat er 3. Aanvullen tot het volgende 4tal kost je niets: een fout gegokte vraag kost maar één punt tegenover haar openlaten, en zoveel zat je er al boven — terwijl één juiste gok je er net overheen kan tillen. Er 4 bovenop gokken is iets anders; daar geldt dat niet.
  • Boven de 28 vervalt die 4tallen-regel — die gaat over de vloer. Vanaf daar telt zo veel mogelijk punten: alles waar je tussen twee opties twijfelt, vul je in.
  • Kun je twee opties wegstrepen, vul dan altijd in. Dat is gemiddeld een punt waard. Kun je er geen wegstrepen, dan levert blind gokken gemiddeld niets op — dan vul je alleen in om aan die 24 of 28 te raken.
  • Streep weg wat je uitsluit. Naast elke antwoordmogelijkheid staat een knop die de optie doorstreept; je kunt ze daarna nog gewoon aanklikken, net als een doorgestreepte letter in je papieren bundel. Daar rust de gokregel op — en achteraf laat je rapport zien hoe vaak je het juiste antwoord per ongeluk had weggestreept.
Waar de invulnorm op rust

Onder de tabel hieronder zit één beweging. Vul je één vraag extra in, dan zak je er een rij in — en heb je haar juist, dan blijf je in dezelfde kolom; heb je haar fout, dan schuif je er ook één naar rechts. Alles hangt af van wat die ene stap je kost.

Kijk nu wat één extra vraag doet. Heb je haar juist, dan gaat je score +3 omhoog. Heb je haar fout, dan kost dat je één punt tegenover haar openlaten — niet 4, want openlaten leverde ook al 0 op. Een extra vraag gokken is dus goedkoop.

En daar komt de garantie vandaan: hoeveel vragen je ook van het volgende 4tal scheiden, je zit exact zoveel punten boven de vloer. Eén vraag ervandaan is 61 punten, 3 vragen ervandaan is 63. Gok je die vragen allemaal fout, dan kost dat je precies evenveel punten als er vragen waren — en land je op 60. Het slechtste geval brengt je dus op de vloer en nooit eronder.

Omgekeerd kun je er wél op vooruit: haalde je de vloer nét niet, dan kan één juist gegokte vraag je er alsnog overheen tillen. Niets te verliezen, wel iets te winnen — daarom vul je aan tot het eerstvolgende 4tal, en daar stop je ook.

In één formule: vul je er n in waarvan er f fout zijn, dan is je score 3n − 4f (+3 per juist antwoord, −1 per fout). Alle scores die je met hetzelfde aantal ingevulde vragen kunt halen, liggen dus 4 punten uit elkaar — dat zijn de kolommen van de tabel.

Hoeveel fouten je je kunt permitteren per aantal ingevulde vragen
IngevuldHoogstens fout
200
221
243
264
286
329

Probeer het zelf. Klik in de tabel waar je denkt te staan — zoveel ingevuld (rij), zoveel daarvan fout (kolom). Gok er dan vragen bij en kijk wat er met je score gebeurt: een juiste gok is een stap recht naar onder, een foute een stap schuin naar rechts-onder. Groen = boven de vloer (60 van de 120 punten).

Score per aantal ingevulde vragen (rijen) en aantal fouten (kolommen); klik een cel om die stand te kiezen
ingevuld ↓ / fout →012345678910111213141516
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40

Klik een cel om te beginnen — bijvoorbeeld 22 ingevuld met 1 fout, de stand uit de uitleg hierboven.

Daarom mikken we op 28 en zeggen we 24 als ondergrens: bij 28 ingevulde vragen mag je er 6 fout hebben, en dat is de eerste plek waar de marge echt ruim wordt.

Eén randvoorwaarde die je in de cursus niet met zoveel woorden ziet staan: dit geldt voor aanvullen tot het eerstvolgende 4tal. 4 extra vragen gokken bóvenop een veelvoud van 4 is iets anders — wie op 24 zit met precies 60 punten en er nog 4 blind bij gokt, kan op 56 uitkomen. Boven de 28 raden we daarom alleen nog gokken uit twee aan.

Waar dat ene punt vandaan komt

Op dit examen levert een juist antwoord +3 op, een fout antwoord −1, en een vraag die je openlaat 0. Wat invullen gemiddeld waard is, hangt dus volledig af van hoeveel opties je hebt kunnen wegstrepen.

Gemiddelde puntenwinst per gegokte vraag, per aantal weggestreepte opties
WeggestreeptKans op juistGemiddeld per vraag
niets1 op 40
één optie1 op 3+0,3
2 opties1 op 2+1

Daar staat de regel in één oogopslag: met twee opties weg levert invullen gemiddeld +1 op, met niets weggestreept 0. Dat laatste is geen toeval — de aftrek van −1 is er precies op gebouwd dat blind gokken niet loont. Daarom raden we gokken uit drie of vier alleen aan wanneer je ze nódig hebt om aan 28 ingevulde vragen te komen.

En als je er meerdere zo gokt?

Gemiddeld win je, maar niet elke keer. Dit is de kans dat je er per saldo punten bij verliest wanneer je een aantal vragen uit twee gokt — en alle keren dat het misloopt zitten hierin:

Kans op puntenverlies en gemiddeld saldo bij een aantal vragen gegokt uit twee opties
Zo gegoktKans dat je erop verliestGemiddeld saldo
1 vraag50 %+1
2 vragen25 %+2
3 vragen12,5 %+3
4 vragen6,25 %+4
5 vragen18,75 %+5
6 vragen10,94 %+6
7 vragen6,25 %+7
8 vragen3,52 %+8
9 vragen8,98 %+9
10 vragen5,47 %+10

Kijk naar de sprong van 4 naar 5 vragen: het risico gaat van 6,25 % naar 18,75 %. Dat is geen rekenfout maar de kern van de invulregel — met 4 gegokte vragen moet je er minstens één juist hebben om quitte te spelen, met 5 al twee. Het risico daalt dus niet netjes; het zaagt op en neer, en de dalen liggen telkens op een veelvoud van 4.

Probeer het zelf. Kies hoeveel opties je per vraag kon wegstrepen en hoeveel vragen je zo gokt. Elke staaf is één mogelijke afloop, met de kans erop en wat ze je per saldo oplevert tegenover die vragen openlaten.

Hoeveel opties je wegstreepteWeggestreept:
  • 0 juist−46,25 %
  • 1 juist025 %
  • 2 juist+437,5 %
  • 3 juist+825 %
  • 4 juist+126,25 %

Samen: gemiddeld +4 punten (+1 per vraag). Kans dat je erop wint: 68,75 % · quitte speelt: 25 % · verliest: 6,25 %.

Schuif eens van 4 naar 5 gegokte vragen met twee opties weg: de verlieskans springt omhoog in plaats van te dalen. Dat is de zaagtand uit de tabel hierboven — en de reden dat je aanvult tot een veelvoud van 4 en daar stopt.

Twee dingen waar deze getallen op rusten. Ze gaan uit van een blinde gok, waarbij elke overgebleven optie even waarschijnlijk is; heb je een voorkeur, dan doe je het gemiddeld beter dan dit — het is een ondergrens, geen voorspelling over jou. En ze gelden alleen als het juiste antwoord nog bij de overgebleven opties zit. Streep je het per ongeluk weg, dan is de kans op juist niet 1 op 2 maar nul.

Ook elders

Waar je nog terechtkunt

  • Archief examenvragen (vlaanderen.be)

    De officiële bundels van de voorbije jaren, volledig en gratis — mét het deel Generieke Competenties dat hierboven ontbreekt. Dit is ook de bron van de examens die je hier aflegt. Wat je er niet bij krijgt: een klok die meeloopt, nakijkwerk dat je niet zelf hoeft te doen, en een rapport dat zegt wat je aanpak je kostte.

  • Gratis proefexamen van SlaagTAT

    Nog een gratis proefexamen, buiten ons om. Een extra oefenmoment is zelden verkeerd, en je hoeft niet alles op één bron te bouwen.

  • Vragen én oplossingen per onderwerp (brendacasteleyn.be)

    Gratis uitgewerkte oplossingen bij examenvragen, geordend per onderwerp en teruglopend tot 1997 — dus precies de weg naar het antwoord die je hierboven nog niet bij onze examens krijgt. Je oefent er losse vragen, geen zitting: goed als je op één type vraag blijft vastlopen en wil zien hoe iemand het aanpakt.

Zocht je iets anders?

Veelgestelde vragen

Over deze proefexamens

Klaar om er een te maken?

Begin met het meest recente examen dat je nog niet kent, en bewaar er een paar voor later.